Woensdagavond maakte ik mijn rentree in het startvak. Zonder enige verwachting stond ik aan de start vn de 5km tijdens de Verkerkloop. Een deel van de opbrengst kwam ten goede aan Move For MS. Een extra stimulans om te lopen. Een kans om mijn rentree aan mijn vorig jaar aan MS overleden moeder op te dragen.
Nerveus was ik niet. Hoogstens bewust dat ik iets heel bijzonder ging doen. Ik had de kans om voor mijn moeder te lopen. Het resultaat was onbelangrijk. Lopen op gevoel en met gevoel was het plan.
In alle rust bereidde ik me voor. Bijna afgezonderd deed ik mijn warming up. Ik was er in alle opzichten klaar voor. Toen om 20:15uur het startschot klonk was mijn langverwachte rentree eindelijk daar. Hier liep ik dan. Na 2 jaar blessureleed weer deel uit makend van een grote groep hardlopers. Lopend voor mijn moeder.
Vrijwel direct zat ik lekker in het ritme. De 1e km was voorbij voor ik er erg in had. 5:20 onderweg. Een groepje vlak voor me. Ik besloot er naar toe te lopen. Met speels gemak kon ik versnellen. Alsof het vanzelf ging. Links en rechts haalde ik lopers in. Ik had er weinig oog voor. Ik liep in mijn eigen wereld. Ik was in gedachte bij mijn moeder.
Met het gevoel alsof ik met een rustige training bezig was vervolg ik mijn weg. Ik geniet van het gevoel, van het moment. Mijn rentree is hoe dan ook geslaagd. Ik loop hier. Niet voor mezelf, maar voor mijn moeder.
De volledige wedstrijd loop ik ontspannen, bijna in een trance. Geen moment denk ik aan de knieën. Mijn gedachten zijn bij mijn moeder. Een scherpe u-bocht brengt me op het laatste rechte stuk. Automatisch versnel ik wat. Terwijl ik de finish passeer steek ik mijn vinger in de lucht en kijk ik omhoog. Met kippenvel op mijn armen kom ik tot stilstand. Mijn netto-tijd bedraagt 25:07. Een meer dan mooie rentree in alle opzichten. Zonder bloed, maar met zweet en tranen. Vrij easy gelopen en toch een mooie tijd voor nu. Ik mag tevreden zijn.
Na de finish krijg ik de herinneringsmedaille overhandigd. Ik hou hem in mijn hand en besef: “Deze is voor jou, mam!”










